Nulmeting en Nul-beurt

Nulmeting en Nul-beurt

Vaststellen van de technische status en het op Lokaliften kwaliteitsniveau brengen van de installatie.

Nulmeting en nulbeurt

Interesse in de mogelijkheden?

Wij denken graag met u mee

Nulmeting:

Indien gewenst voert Lokaliften, bij aanvang van de opdracht, een nulmeting uit. Deze nulmeting omvat de volgende activiteiten:

  1. Het controleren en complementeren van de installatielijst met als resultaat een volledig ingevulde lijst met technische gegevens van alle installaties;
  2. Het controleren of alle aanwezige wettelijke keuringen zijn uitgevoerd en of daarbij de behorende verplichte certificaten aanwezig zijn;
  3. Het inventariseren van de keurings- en afkeurpunten met als resultaat een overzicht per installatie met de bijbehorende keurings- en afkeurpunten en de eventuele kosten om deze punten te verhelpen;  
  4. Het controleren of aan alle noodzakelijke ARBO-voorschriften is voldaan met als resultaat een lijst met eventuele tekortkomingen, de mogelijke oplossingen en de kosten voor herstel van de tekortkoming;
  5. Risico inventarisatie met betrekking tot (beschikbaarheid van) componenten en mogelijk noodzakelijke calamiteiten voorraad;
  6. Het uitvoeren van een NEN 2767 conditie meting met als resultaat een conditiebepaling per installatie op componentniveau alsmede een gebrekenlijst en een meerjarenonderhoudsbegroting (MJOB);
  7. Het bepalen of een nul-beurt noodzakelijk is. Bij een nul-beurt wordt de installatie conform Lokaliften standaard grondig gereinigd, afgesteld en ingeregeld. Dit alles teneinde de veiligheid en maximale beschikbaarheid van de liftinstallaties te kunnen borgen.

Nul-beurt:

Indien bij de schouwing van de installaties een ernstige vervuiling is geconstateerd (machinekamer met fijn stof, liftschachten en putten vervuild) of de installatie niet goed functioneert (afstelling), dan bieden wij een nul-beurt aan.

Met een reinigingsbeurt van een installatie wordt bedoeld het schoonmaken en schoonhouden van:

  • de liftmachines.
  • de motoren, tractie-, omleid- en kabelschijven.
  • de liftmachinekamers (indien aanwezig).
  • de schachtputten.
  • de liftonderdelen in de schacht (voor zover geen demontage  noodzakelijk is).
  • de deurgeleidingen.

De afstelling en inregeling heeft betrekking op alle technische onderdelen die daarvoor in aanmerking komen en die van invloed zijn op een bedrijfszekere, betrouwbare, veilige en comfortabele werking van de liftinstallatie. In het bijzonder worden gecontroleerd, afgesteld of ingeregeld:

  • de besturingsfuncties, bekabeling en signalering.
  • de alarminrichtingen en spreekluisterverbindingen.
  • de deuren en deurbeveiligingen.
  • de eind- en noodeind- schakelinrichtingen.
  • de reminrichtingen.
  • de vanginrichtingen.
  • de draagkabels, tractieschijven en leidwielen.
  • de snelheidsbegrenzers.
  • de motoren en oliefilters en –peil.

Indien nodig worden er ook nieuwe liftboeken geleverd, alwaar de liftgegevens en uitgevoerde werkzaamheden netjes in worden geregistreerd.